Andermaal: Bruisend Bodemleven

Na een geslaagde try-out (foto-impressie) volgt op 13 mei de 2e aflevering.

Download hier de flyer
Bordje flyer

13 mei 2016, Aardehuis, Olst

Het leven in de bodem is onmisbaar, onschatbaar – en nog vrijwel onbekend. Ook voor mensen die met de bodem werken, zoals boeren, groenbeheerders en hobbytuinders.

Nieuw is ook dat een boost voor het bodemleven een sleutel is in de aanpak van bodemverdichting. Een ‘grondig’ probleem dat veel beter voorkomen kan worden, maar dat met de klimaatverandering zeker nog verder zal groeien.

In de workshop BRUISEND BODEMLEVEN: opening in verdichte bodems draait het om de principes èn de praktijk. Deelnemers worden meegenomen in de aftrap van een integrale oplossing voor de verslemping en wateroverlast op de zware kleigrond ter plekke.

IMG_1931 X2

Download hier de flyer.

PROGRAMMA

Ochtend:   De levende bodem: natuurlijk kapitaal en basis voor voedselproductie. Bodemverdichting en de strategie voor nieuw bodemleven. Rondje op het land, blik op de metingen

Middag:     Laat het bodemleven bruisen: maak je eigen bio-fertilizers. Wat zeggen de eerdere metingen van het bodemleven ons? Hoe kunnen we het bodemleven laten bruisen, hier en op de eigen locatie?

DOCENTEN

Fransjan de Waard, schrijver van Tuinen van Overvloed, pionier permacultuur, Bodemambassadeur, maker docufilm Bodemboeren, eigenaar De Waard Eetbaar Landschap

Rubén Borge, internationaal adviseur en trainer in water, bodembeheer en -vruchtbaarheid, consulent voor boeren en agrarische organisaties, eigenaar Rockin Soils

–>   Info en aanmelding: thuisopaarde@xs4all.nl

Locatie:          Aardehuis-wijk in Olst (Overijssel)

Tijd:                10.00 – 17.00 uur (inloop 9.30 uur)

Doelgroep:     Alle soorten professionals en amateurs die de bodem serieus nemen

Prijs:               € 40,00 voor particulieren, € 60,00 incl. BTW voor ondernemers

Lunch:            optioneel: biologische catering uit de regio, apart bestellen € 12,50

–>   Info en aanmelding:      thuisopaarde@xs4all.nl

logo DWEL15ROCKINSOILS logo GREENlogo Ulebelt     logo Feed Your Roots

Bodemleven: welkom in de brouwerij

Bordje VOL

Download hier de flyer.


Bordje flyer

11 maart 2016, Aardehuis, Olst

Het leven in de bodem is onmisbaar, onschatbaar – en nog vrijwel onbekend. Ook voor mensen die met de bodem werken, zoals boeren, groenbeheerders en hobbytuinders.

Nieuw is ook dat een boost voor het bodemleven een sleutel is in de aanpak van bodemverdichting. Een ‘grondig’ probleem dat veel beter voorkomen kan worden, maar dat met de klimaatverandering zeker nog verder zal groeien.

In de workshop BRUISEND BODEMLEVEN: opening in verdichte bodems draait het om de principes èn de praktijk. Deelnemers worden meegenomen in de aftrap van een integrale oplossing voor de verslemping en wateroverlast op de zware kleigrond ter plekke.

IMG_1931 X2

Download hier de flyer.

PROGRAMMA

Ochtend:   De levende bodem: natuurlijk kapitaal en basis voor voedselproductie. Waaruit bestaat het bodemleven? Hoe werkt het, en wat doet het voor ons?

Middag:     Boost het bodemleven: het zelf maken van bio-fertilizers (de praktijk). Wat zeggen de eerdere metingen van het bodemleven ons? Hoe kunnen we het bodemleven laten bruisen, hier en op de eigen locatie?

DOCENTEN

Fransjan de Waard, schrijver van Tuinen van Overvloed, pionier permacultuur, Bodemambassadeur, maker docufilm Bodemboeren, eigenaar De Waard Eetbaar Landschap

Rubén Borge, internationaal adviseur en trainer in water, bodembeheer en -vruchtbaarheid, consulent voor boeren en agrarische organisaties, eigenaar Rockin Soils

 

–>   Info en aanmelding: thuisopaarde@xs4all.nl

Locatie:          Aardehuis-wijk in Olst (Overijssel)

Tijd:                10.00 – 16.00 uur (inloop 9.30 uur)

Doelgroep:     Alle soorten professionals en amateurs die de bodem serieus nemen

Prijs:               € 40,00 incl. BTW

Lunch:            optioneel: biologische catering uit de regio, apart bestellen € 12,50

–>   Info en aanmelding:      thuisopaarde@xs4all.nl

 

logo DWEL15ROCKINSOILS logo GREENlogo Ulebelt

 

Bodemboeren vindt zijn draai

Bodemboeren staat geboekt voor stad en land

Bodemboeren is een filmdocumentaire over vijf eigenwijze Nederlandse boeren die samen de bakens verzetten van wat duurzaam bodembeheer kan zijn.

5 boeren

Bodemboeren is gemaakt om een ‘grondig nieuw bodemverhaal’ te kunnen vertellen.

In 2015 als het Jaar van de Bodem. En aan wie er ook maar warm loopt voor hoe ons voedsel tot stand komt: boeren, beleidsmakers, en niet te vergeten: iedereen die eet!

De film is te boeken als aanleiding voor dialoog – met de makers, met initiatiefnemers, met boeren, beleidsmakers, en andere eters. En dat begint vruchten af te werpen. Van Swalmen tot Onstwedde, en ook in ‘de grote stad’. Zie hier de Agenda.

Suggesties voor het organiseren van een vertoning vind je hier. Misschien tot ziens!

 koe en camera

JVDBHelpHumus-215x134LOGO_IYS_en_Print_square

2015 Jaar van de Bodem – DROP OF DRONDER

2015 is het internationale Jaar van de Bodem. Heel 2015 lang ga ik dan ook met heel veel anderen extra veel tamtam maken over het leven van de bodem onder onze voeten. De impuls om de bodem op deze gewichtige manier op de wereldkaart te zetten komt uit de landbouwhoek, en dat is natuurlijk geen toeval. Ons voedsel! We voetballen op de bodem, leggen er kabels in en pompen er water uit op, maar voorzover we de oceanen niet al aan het leegvissen zijn, zullen wij als mensheid het gros van ons voedsel toch moeten-zien-te-blijven-halen uit dat flinterdunne levende opperhuidje op – delen van – het vasteland. En de vooruitzichten dat ons dat gaat lukken zijn momenteel en zachtgezegd maar zozo. Vandaar de bodem een jaar lang in het zonnetje.

DSC_0212

Daarbij nemen we opvallend vlot voor lief dat het welzijn van die bodem vooral onszelf ten dienste staat. Tja. Wie de thematiek van de agro-bodem induikt, zeker op mondiale schaal, komt tot een eenvoudig doch pijnlijk besef over ons eigen voortbestaan: het is erop of eronder. Óf we leren alsnog hoe het wèl moet en weten bovenop de bodem onszelf tenminste in leven te houden; hoe gunstig dat zou uitpakken voor al het andere leven is voorlopig een vraag. Óf we graven efficiënt door aan ons aardse graf en rollen daar op afzienbare termijn verbijsterd in. Hoeveel ander leven we daarin nog met ons mee zouden sleuren, willen we al helemaal niet weten.

Maar vooruit.

We zullen toch iets moeten met onszelf. Nu heb ik in de loop der jaren op verschillende plekken op de aardbol mensen dingen met de bodem zien doen waaruit duidelijk sprak: zo moeilijk is het niet. En misschien heb ik daarom wel te lang gewacht met drammen en stampvoeten, waar ik inmiddels aan toe ben. Eerst was het nog een poos schrikken, slikken en schakelen, maar inmiddels heb ik wat meer beeld van hoe we er voorstaan. Uiteraard kijk ik er niet van op dat de bodem voor de gewone burger en consument vrijwel onbekend terrein is. Blijkbaar zozeer dat we hem ‘potgrond’ kunnen verkopen waarvoor we elders kwetsbare veengebieden ruïneren, en wijsmaken dat onder onze voeten een oneindige bron aan donkerbruine rulle ‘tuinaarde’ begint.

welkoop tuinaarde

Pas vorig jaar ging ik echter beseffen dat de wezenlijke kennis over het functioneren van de levende bodem ook onder professionals min of meer is weggeërodeerd. Dat het bodemverhaal waarin zij leven zelf een product is van het agro-industriële tijdperk. Een ouderwets verhaal van een gepensioneerde bodemprof op een overigens eigentijds podium was een teken, net als de vraag die diverse boeren nota bene aan mij kwamen stellen naar wat er nou zo bijzonder is aan organische stof. Alsof het just another mineral zou zijn. Gelukkig maakte ik in m’n introductiecursus ook mee hoe het een jonge boer begon te dagen: “Op de lagere school leren we van alles over kringlopen in de natuur, maar waarom gaat het dan op de agrarische opleiding alleen nog maar over kunstmest?”

Daarmee gaat het bodemvraagstuk dus niet om ’n beetje meer zus of ’n tikkie minder zo. Het gaat om referentiekaders. Da’s best lastig. Op papier zit ’t wel snor. ‘Een vruchtbare bodem is de basis van de landbouw’. Menig artikel of betoog begint ermee. In gedachten zie ik daarbij allemaal hoofden knikken; natuurlijk is dat zo. Er spreekt ook trots uit. En toch, voordat je het weet gaat het alleen nog maar over normen, gehaltes en doseringen van stofjes uit potjes. Vruchtbaarheid vernauwd tot bemesting, en niet zelden verder vernauwd tot kunstmestinputs. Maar moet de basis van de landbouw dan zo vanzelfsprekend een merknaam dragen, veel fossiele energie kosten en het bodemleven smoren? En zou duurzaam bodembeheer niet wat meer moeten betekenen dan damage control en de koek dan maar wat minder snel opeten? ‘Rekening houden met het milieu’. Is dat nou de verantwoorde keuze? In elk geval is het wel de enige zolang we blijven geloven dat ons huidige referentiekader de werkelijkheid is, en niet slechts een plattegrond daarvan: een kaart die ons inmiddels zo vertrouwd is dat we hem beter kennen dan het gebied waarin we onze weg aan het zoeken zijn.

Een nieuw bodemverhaal

Er wordt echter ook druk gewerkt aan een nieuwe plattegrond – een nieuwe bodemkaart. Behalve herkenbare trekken van hetzelfde gebied staan er nieuwe plaatsnamen, wegen en waterlopen ingetekend, en vinden we in de legenda nieuwe symbolen. De hoofdkleur is die van organische stof: het beginsel voor een gezonde bodem. En wat opvalt is dat de kleur van humus allerlei plekken met elkaar verbindt die geïsoleerd waren geraakt. Ik geneer me bijna om met die riedel te komen, maar na 2015 hoef ik dat misschien met minder drammen en stampvoeten te doen. Organische stof houdt mineralen vast èn beschikbaar voor planten, laat de bodem vocht opnemen èn vasthouden, en voedt èn verrijkt het bodemleven – dat op zijn beurt plantenwortels helpt functioneren, gangen maakt die de bodem laat ademen, voedingsstoffen verdeelt en ziekteverwekkers tijdig aanpakt. The works. Organische stof is ook niet zozeer iets dat ergens verkrijgbaar is – je moet het vooral ter plekke koesteren, stimuleren en zelfs produceren. Dat mag voor sommigen geweldig abstract, en ook onnozel klinken; softe boel, alsof het niet met ware productie te maken zou hebben. Maar dat is het oude bodemverhaal. Het nieuwe lonkt. En kan in de praktijk voor ‘aardige’ verrassingen zorgen.

De bodem maximaal bedekt houden. Niet ploegen. Of veel minder, en minder diep ploegen. Minder zware machines op het land. Vlinderbloemigen in weiland en bouwplan. Bespaart stikstofbemesting. Compost maken en gericht toepassen. Koolstrofrijk materiaal de bodem in. Mogelijk van eigen bodem. Zoals stromest. Geen onverteerde drijfmest. Leren de bodem te observeren. Meer diversiteit, overal. Ruim baan voor alle bodemleven. Maakt aanwezig fosfaat beschikbaar. En plant en dier ziektebestendig. Gerichte begrazing voor netto bodemopbouw. Meer humus in de bodem. Is minder CO2 in de atmosfeer. Is minder druk op het klimaat. Van die dingen. 

HetBodemvoedselweb250

Voor diegenen die ik met het nieuwe bodemverhaal heb zien werken, zijn deze grondslagen inmiddels gesneden koek. Ze zijn er wel allemaal via hun eigen route gekomen. En blijven onderweg; altijd weer iets nieuws te leren. Want ja, alles wat groeit en bloeit en ons altijd weer boeit… Sommigen zijn in de laatste paar jaar begonnen, anderen al tientallen jaren terug, en een enkeling heeft het nooit anders gedaan. Wonderlijk hoe die twee werkelijkheden zo naast elkaar bestaan. Nog een poosje tenminste. Want het oude verhaal is aan het slijten, terwijl het nieuwe is gaan klinken. Dat begint stilletjes ook zichtbaar te worden buiten de marge, waarheen de pioniers lange tijd weggewuifd waren. En het is nog steeds boeiend hoeveel Vlaamse info google ophoest via termen als organische stof, humus en compostering, juist ook van officiële kant, maar Nederland lijkt in te gaan lopen op het ‘organisch bewustzijn’ in Vlaanderen. Erop of eronder; het dringt tot ons door dat wij ons leven óp de bodem mede danken aan het leven ín de bodem, microscopisch belichaamd door het bodemvoedselweb. Blijkbaar kunnen we er niet meer omheen. Het mooie is dan ook dat je er linksom of rechtsom en zelfs achteruit wel kunt komen, zozeer zijn veel van de huidige bodemsores met elkaar verbonden. De stap naar de mindset voor dit nieuwe verhaal kan ik voor een ander niet zetten. Die begint ermee dat je jezelf nieuwsgierig laat zijn. Maar tamtam zal ik dit jaar wel lekker blijven maken. Op verschillende manieren, op eigen initiatief en op uitnodiging van anderen.

Hartgrondige voornemens

Mij lijkt het een aardig voornemen voor het Jaar van de Bodem. Om ons met ons allen werkelijk te gaan verdiepen in de bodem onder onze voeten. We eten er tenslotte allemaal van, elke dag weer. Ik ben er misschien al wat langer mee bezig, maar dit jaar is van iedereen. Dus doe mee! Dit zijn dingen die ik doe:

Met Joris van der Kamp heb ik een film gemaakt: Bodemboerentitel bodemboeren X

We zijn er hartstikke blij mee. En heel trots op de boeren. De film gaat in première op de BioBeurs: woensdag 21 januari in Zwolle. Daarna komen we hem graag overal laten zien. Wanneer komen we bij u? Mail ons op bodemboeren at xs4all.nl

5 boeren

Ik ben actief in de werkgroep Jaar van de Bodem; iedereen met ‘grondige’ initiatieven en activiteiten in 2015 kan die op de website laten plaatsen.

De campagne ‘Help Humus’ heeft mijn steun, als lid van alweer zo’n groep bevlogen onderoppers, die tout le monde – consument, boer en organisatie – van harte aanmoedigt om online te tekenen voor aandacht voor de levende bodem. U, ja, ook u kunt er bovendien de wereld laten weten wat u doet, of gaat doen, om meer humus de bodem in te krijgen.

Cursussen en workshops over bodem en compostering: die geef ik graag. En over manieren om er de bloedsomloop van je tuin of terrein van te maken. Aan onbezoldigde liefhebbers en ook aan liefhebbende professionals. Zoals laatst voor een groep tuinlui en educatief medewerkers van de Amsterdamse schoontuinen. Een dag, een halve dag, een weekend, alles op maat. De mensen worden er blij van. Ik ook. Een seintje naar vollegrond at xs4all.nl en we hebben het erover.

Extra tamtam

Eind 2014 was ik voor de tweede keer op Fordhall Farm, in Engeland. De eerste keer was 20 jaar terug, en daarbij ontmoette ik boer Arthur Hollins, springlevend. Ik heb iets over hem geschreven in mijn boek Tuinen van Overvloed en er staat een foto van hem op pagina 138. Een paar jaar terug is hij overleden, en dit keer was ik te gast bij zijn dochter en zoon, die de boerderij nu runnen, samen met maar liefst 8.000 mede-eigenaren. Arthur was een paradijsvogel en een eigenzinnige bodem-pionier van jewelste. Zijn levensverhaal is ronduit fascinerend en, zoals je dat in ’t Engels zo mooi zegt: bepaald humbling. Met zijn werk wordt hij kort belicht in de eye-opening BBC-docu Farm for the Future (vanaf 20.45 min). Maar lees vooral zijn boek The Farmer, the Plough and the Devil.

Een hartgrondig 2015 gewenst.

JVDBhumusje MLOGO_IYS_en_Print_square

Permacultuur op Fortboerderij (NH) – introdag & tiendaagse

INTRODAG PERMACULTUUR

10 januari 2015

op Fortboerderij Dijkzicht, Aalsmeerderbrug (NH)

ZIE HIER HET FOTOVERSLAG !

Dijkzicht flyer combi

Wat is die permacultuur nu echt, en wat zou ik er zelf mee kunnen?

Bekijk hier de flyer met alle informatie, ook over aanmelding

9.00 uur (inloop) – 17.00 uur, met lunch; kosten € 35,-

~~~

TIENDAAGSE CURSUS PERMACULTUUR

Tien volle dagen permacultuur, van begin februari tot eind april

op Fortboerderij Dijkzicht, Aalsmeerderbrug (NH)

schaapskooi binnen

In het programma krijg je veel basisstof uit de ontwerpcursus, waarmee je als groep oefent bij het ontwikkelen van de tuin op deze locatie, die al jarenlang biologisch wordt beheerd.

Klik hier voor de flyer met alle informatie, ook over de aanmelding.

Zie hier wat Gunter Pauli over de permacultuur te zeggen heeft…! Dat met die koninkrijken komt helemaal goed.

~~~

Permacultuur: het ontwerp van productieve ecosystemen

PERMACULTUUR & TRANSITIES

in samenwerking met de Transition Academy van DRIFT (Erasmus Universiteit):

3-daagse workshop voor beleidsmakers, professionals & activisten rond de ontmoeting tussen permacultuur en transitiedenken.

We brengen deze twee krachtige stromingen bij elkaar in een unieke cursus over stadslandbouw – niet alleen over groen in de stad, maar ook over sociale innovatie, burgerparticipatie, nieuwe economische relaties en lokale voedselproductie.

Hoe werkt het praktisch – in de modder – en hoe werkt het institutioneel – aan het bureau? We confronteren elkaar, en zoeken mogelijkheden voor meer en betere samenwerking.

Stadslandbouw bij Moestuinman, R'dam

Data: 11 en 12 september; 9 oktober 2014

Download hier de flyer 

Alle info over programma en gedifferentieerde tarieven via Transition Academy

NIEUWE JAAROPLEIDING PERMACULTUUR

oktober 2014 – april 2015

prent PDC Ulebelt

Alle info via De Ulebelt in Deventer

Een serie van negen tweedaagse blokken, verspreid over zeven maanden. Daarin maak je  uitgebreid kennis met de achtereenvolgende thema’s uit de permacultuur, werk je op de achtergrond in stappen aan het ontwerp van je eigen project en gebruik je samen de locatie van het vernieuwende NME-centrum De Ulebelt voor praktijkoefeningen. Ervaren gastdocenten Vera Greutink en Estella Franssen komen hun specialismen delen.

Kosten voor deelname: € 1.100 all-in   |   Info & aanmelden via e.franssen@ulebelt.nl

Lees verder over cursusdata en themablokken

Oerpraktisch: de zomercursus in Raerd (Fr.) gaat niet door, omdat ik deze zomer besteed aan het afbouwen van het aardehuis waar ik ga wonen, in het hoog-ecologische zelfbouwproject Aardehuis in Olst.

Jammer, en dus mijn excuses aan aspirant cursisten. Maar meebouwen kan wel! Laat via een reactie van je horen als je je handjes kunt laten wapperen bij allerhande timmerwerk, hulp bij leem- en strobouw, en nog zo het één en ander. In een heel bijzonder project waar sowieso dagelijks vrijwilligers geweldige ervaringen opdoen.

Salatin naar Nederland, 9 t/m 11 mei

 

headingJS

Joel Salatin, over wiens bedrijf de vorige blogpost ging, komt op uitnodiging van De Waard Eetbaar Landschap voor een meerdaags bezoek naar Nederland.

Zijn visie en expertise zijn zo inspirerend voor zowel boeren en plattelandsvernieuwers als consumenten, dat hij een fors deel van het jaar op reis is om zijn verhaal over voedseltransitie van onderop met hoog en laag te delen. Zijn bezoek hier wordt aangewend voor een maximaal effect op de praktijk van de landbouw, en alle verbindingen die deze heeft met de kwaliteit van voedsel, de bodemgesteldheid, het klimaat, de werkgelegenheid op het platteland.

Alle informatie over het publieksprogramma is te vinden op:

www.salatinnaarnederland.nl 

Daar kun je je aanmelden voor de nieuwsbrief. Verder onder meer een selectie van filmpjes over Salatin en Polyface Farms.

Uitstekend nieuw Brits artikel over Holistic Planned Grazing – de vorm van weidebeheer die voortvloeit uit het werk van Allan Savory (zie eerdere blogpost over Salatin).

Polyface grasduinen na kippentractor - aerial USDA

Impressie Polyface Farm vanuit de lucht (klik voor vergroten): middenboven de ‘flush’ van afgegraasd weiland na het passeren van koeien en ‘kippentractor’ (in getande formaties).

.

Een bloedsomloop van organische stof

Een bijzonder, en groot genoegen. Eerder dit jaar laaiden oude vlammen bij me op tijdens een tweedaagse cursus op een landgoed onder Londen. Een zaal met zo’n 60 anderen, meest Britten, allen met een warm kloppend hart voor een waarachtig schone, gezonde, productieve en veerkrachtige landbouw, en zelf boer of tuinder, agrobobo, beleidsmaker, leerkracht, plattelandsontwikkelaar, sociaal ondernemer of anderszins mover & shaker in agrarische sferen. En vóór deze hooggemotiveerde klas de man die eind 2011 door TIME Magazine tot ’s werelds meest vernieuwende boer werd uitgeroepen. Ladies & gentlemen: Joel Salatin.

Wat heeft een boer uit Swoope, Virginia, dan wel in zijn mars om als een popster over de wereld te touren, en een dikke honderd dagen per jaar zijn verhaal te doen aan een hongerig publiek van hobbytuinders tot en met ministers? Jawel, hij praat graag, en goed, en snel, en Amerikaans luid, hij beent en beweegt, hij doorspekt zijn relaas met aanstekelijke dia’s, en is gul met grappen en oneliners. Maar vooral vertelt hij een Groot Verhaal. Zijn verhaal. Van hoe hij als jongetje vanuit het politiek oververhitte Venezuela met zijn familie berooid in de Shenandoah Valley in Virginia belandde, waar vader opnieuw een boerenbedrijf begon. Hoe het land daar destijds op veel plekken was opgebruikt tot op de kale rotsbodem, waar de lokale ecologie, onbegrepen door de late pioniers uit West-Europa, het onderspit had moeten delven. En hoe Joel zelf, voortvarend voortbouwend op zijn vaders innovaties, en met de vereende krachten van gezin, talloze stagières en dankbare klanten het bedrijf Polyface Farm inmiddels als vernieuwende koploper van wereldformaat heeft weten om te boeren. Een verhaal om van te watertanden. Niet alleen om al die prima eieren en groente, en dat uitstekende vlees – van rund, varkens, kippen, kalkoenen en konijnen -, maar omdat het een verhaal is waar de wereld mee kan winnen, winnen en nog eens winnen.

thuisopaarde_380_1

Polyface Farm heeft een bloedsomloop van organische stof. Dat is de sleutel tot de vitaliteit die volop van het bedrijf afspat. Organische stof als conditio sine qua non voor ware voedselproductie. Want pro-duceren, betekende dat niet ooit voort-brengen? En is dat niet iets heel anders dan het leegslurpen, afgraven en plunderen van gegeven aardse rijkdommen – miljoenen jaren fossiele plantengroei, minerale afzettingen, levende wouden, oeroude unieke landschappen, tjokvolle oceanen? En dan het verhaspelen van de materialen daaruit tot modieuze lariekoekjes, die zijn uitgekookt in het laboratorium van een megabedrijf, en samen met aantoonbaar dubieuze chemikaliën in een lollig potje of flesje zijn gestopt, en voorzien van een etiket met onbegrijpelijke toverformules – althans voor zover die inmiddels wettelijk zijn voorgeschreven? Over die traditie van pro-duceren durven de volhardende beijveraars van de industriële landbouw- en voedselmonoculturen bij voorkeur het woord ‘efficiëntie’ in de mond te nemen, nadat zij ook het compenseren van de structurele verliezen aan bodemvruchtbaarheid en voedingswaarde tot tak van sport hebben verheven. Ach ja, we drukken ons hier en daar graag krachtig uit, Joel en ik. Zelf deed hij dat inmiddels in een boek of negen, met smakelijke titels als ‘The Sheer Ecstasy of Being a Lunatic Farmer’ en ‘Everything I want to do is Illegal’. Hij heeft een grote fan in Michael Pollan, die hem in zijn reeds klassieke ‘The Omnivores Dilemma’ uitgebreid belicht. Een paar jaar terug dook hij op in Food Inc., één van die griezelfilms over de Amerikaanse vleesindustrie, waarin hij zijn rol als volstrekt tegendraadse eigenheimer met verve vervulde. En even gemakkelijk trad hij daags na deze cursus op in Westminster voor de All Party Parliamentary Group on Agroecology – want die hebben ze daar. Strak in het pak, en met een stropdas vol vrolijke stripvarkentjes.

thuisopaarde_380_1

Salatin in UK Parliament

Joel Salatin wordt gehoord, gelezen, en nagevolgd, en dat is maar goed ook. Want de klok tikt door, en de omslag die de landbouw moet gaan maken van grootverbruiker en -verdelger tot vroedvrouw voor overvloed, kwaliteit en vreugde is van een hele andere orde dan het optimaliserende gepruts aan failliete systemen waar ‘duurzaamheid’ links en rechts vooral aanleiding toe lijkt te geven. Ik kan me vergissen maar volgens mij speelt organische stof in Nederland in die context vooralsnog een volstrekt marginale rol. Misschien omdat we hier simpelweg op zo’n plat stuk planeet zitten dat we wegkomen met een beperkt verlies aan bodemvruchtbaarheid, omdat we dat nog best aardig met mineralen hebben weten te compenseren. De uitspoeling van nitraat vormt in wezen onze versie van bodemerosie, niet het wegspoelen van de hele bovengrond dat de rest van de wereld teistert. Maar ook hier wordt de pijn voelbaar, de gehaltes blijven dalen, en de officiële mantra mag dan wezen dat we dat wel kunnen lijden, ik zie dat allemaal heel anders. Volgens mij heb je nooit teveel organische stof in de bodem. Om het daarin te krijgen moet je eerst bovengronds aan de slag – biomassa produceren – en om het daarin te houden moet je de bodem met rust laten. Niet ploegen. Voldoende organische stof in de bodem zorgt voor een rijk bodemleven, wat weer zorgt voor gezonde en sterke planten en dieren; het vergroot de voorraad, en verbetert de beschikbaarheid en circulatie van voedingsstoffen, maakt dat de bodem veel beter vocht vasthoudt, en zorgt voor een goede structuur. Echt, dat weten we allemaal allang. En toch, we blijven het maar behandelen als een soort sentimenteel versiersel. Is er dan misschien nog iets anders nodig om organische stof en biomassa de verdiende centrale plek in de landbouw te geven? Welnu, dat argument hebben we inmiddels ook al ruim op zak, want dat luidt: iedere molecule telt. Zie de actuele gehaltes aan broeikasgassen in de atmosfeer. Iedere molecule kooldioxide die we daaruit de bodem in weten te krijgen, telt. Zwaar. Salatin doet het ons voor. Door middel van – niet ondanks – de landbouw.

Het begint met gras. Laat grassoorten die passen bij plek en klimaat doen waar ze zo goed in zijn: het bedekken van de bodem, het vastleggen van kooldioxide in biomassa, en het ontwikkelen van een diepe, sterke wortelmat. Daarop grazen Salatins vleeskoeien, in kuddes, op een perceel dat ze in dat seizoen en met die hoogte precies in één dag kaalvreten. Elke namidddag schuiven ze op naar het perceel ernaast, afgepaald met mobiel schrikdraad. De watervoorziening gaat mee, net als de liksteen, en het dak op wielen – voor schaduw. Van het nieuwe malse gras daar lusten zijn koeien natuurlijk wel pap. En in het vorige perceel, afgegraasd, bezeken en bescheten, treedt de magie in werking. Om de zogeheten wortel-spruit-verhouding tussen het onder- en bovengrondse weefsel te herstellen, laat het gras een deel van zijn wortels afsterven. Daarmee komt er direct een hoeveelheid koolstof in de bodem terecht. Met de boost van poep en pies komt het fors ingekorte gras al gauw in een ‘puber’-stadium, waarin het zijn snelste groei tentoonspreidt. Daarmee legt het opnieuw een hoeveelheid koolstof uit de atmosfeer vast in biomassa. In de wilde natuur gaat het niet anders. Op oorspronkelijke prairies en graslanden graast vee voor zijn veiligheid in grote kuddes, en trekt voortdurend verder. Daarvan herstelt het gras zich niet alleen, het verjongt zich snel en schiet omhoog. ‘Mob grazing‘ is de term voor de gecultiveerde versie hiervan; een aardige Nederlandse tegenhanger is nog vacant. Als vorm van beheer komt het uit de koker van de Zuid-Afrikaan Alan Savory, die er al tientallen jaren verwoestijning mee bestrijdt, en daar bepaald indrukwekkend over vertelt. Hij lijkt daarmee de wereld op zijn kop te zetten, want grazend vee wordt juist vrij unaniem als boosdoener gezien. Maar ons ecologisch analfabetisme is ook op dit terrein nog te verhelpen, en in elk geval slaat mob grazing overal ter wereld aan. Salatin doet het met al zijn beesten – ook zijn varkens, kippen, kalkoenen en konijnen.

De volgende slag in zijn aanpak is al even rechtstreeks afgekeken uit het wild. Grazende kuddes op natuurlijk grasland en savanne worden vergezeld door vogels. Net als trouwens gedomesticeerde waterbuffels in sawa’s – zoals op die fraaie plaatjes. Welnu, een koeienvlaai vormt een hemels kraambed voor vliegen en ander insectenspul, en de larven daarvan zijn weer manna voor veel vogels. Lees: kippen. Zodoende hobbelt er achter Salatins vleeskoeien een bezemwagen vol legkippen aan: de Eggmobile. In de huidige generatie een tweetal forse caravans achter een tractor: vosvrij, volgebouwd met leghokken, met een watertank aan boord plus een smörgâsbord aan krachtvoer en extra mineralen. Binnen drie dagen nadat een weideperceel is afgegraasd, struinen honderden kippen het op heur beurt af, pikken de boel schoon, baden zich in het stof, en leggen er in de caravans op los. En in het spoor van deze karavaan ontluikt een waaier van tinten groen, van het groeiende, verjongde en goed doorvoede gras.

thuisopaarde_380_3

Parallel daaraan huizen vleeskalkoenen in hun eigen flat op wielen, de gobbledego. Meer dan een forse tentvormige kap over een reeks tribunes is het niet, en van daaruit grazen een paar honderd vogels vrijelijk binnen een zoveelste mobiele omheining. Net als alle stallen en hokken op Polyface Farm zijn al deze bouwsels gemaakt van eigen hout, want bosbouw is er een integraal hoofdstuk van dit polycultuur-verhaal. Op kleinere schaal doen ook vleeskippen en konijnen zo hun ding, in mobiele rennen die met een hefboom door één persoon gemakkelijk te verplaatsen zijn. Het segment konijnen wordt bestierd door Salatins zoon Daniel. Als tiener begon hij met dieren uit de gangbare markt, de enige die toen verkrijgbaar waren, en het kostte hem 5 jaar om de sterfte onder hun kroost van ruim 50% terug te brengen tot op vrijwel nul, en een lijn van oersterke en -gezonde dieren te fokken. Inmiddels verkoopt hij behalve mooi mager, en efficiënt gegroeid vlees dan ook steeds meer levende konijnen, als huisdieren en voor de fokkerij; voor de kwaliteit daarvan wordt grif geld betaald. En zo blijven de innovaties op het bedrijf elkaar opvolgen. In Salatins omgeving krijgen die al gauw iets anecdotisch, maar dat niveau overstijgen de meeste zonder problemen, wat zich gemakkelijk laat afmeten in klinkende munt. Zo hebben kalkoenkuikens volgens Salatin een ongekend talent om creatief het loodje te leggen; onder hen is de sterfte traditioneel hoog. Bij kippenkuikens is daar geen sprake van: veel slimmer. En dus laat hij kuikens van kalkoenen en kippen de eerste 7 weken samen opgroeien, in een verhouding van 1:5. Met 5 kippenkuikens als mentor om zich heen pikt ook een kalkoenenkleuter netjes op dat je water kunt drinken, en eten kunt eten.

Salatin lijkt nooit uitgepraat te raken, over welk ‘gezicht’ van Polyface het ook gaat, en daarbij heeft hij zijn parameters uitstekend op orde – leeftijden, arealen, tijdstippen, groepsgroottes, kosten, pro-ductie, enzovoort. Hij gaat diep in op het waarom en hoe van directe verkoop, waarvoor het bedrijf diverse kanalen heeft ontwikkeld. Voor hem is het simpelweg een must dat boeren zelf hun marketing oppakken, want de extra marges zijn het altijd waard. En omdat hij als geen ander weet hoeveel boeren domweg griezelen bij het hele idee, schuift hij hen ook ongegeneerd de oplossing onder de neus: zoek er iemand anders voor! Iemand die niets liever doet! En waarom niet meteen een jong iemand? Verder legt hij uit hoe het bedrijf in elkaar zit, met behalve hemzelf nog drie directeuren: zijn vrouw, zijn zoon en zijn schoondochter. En hij doet met veel plezier uit de doeken hoe Polyface Farm ieder jaar tientallen jonge stagiaires selecteert uit honderden aanvragen vanuit de hele VS, hoe zij een droomkans krijgen om met hard werken en leren de boeren van de toekomst te worden, en hoe hij hen een extra springplank biedt door land in de omgeving te pachten waar zij een start met hun eigen onderneming kunnen maken. Daarbij schakelt hij gemakkelijk tussen filosofie over het bodemleven en de voordelen van een webwinkel, en doet hij na zijn act van stugge ouwe boer nog een kalkoen na die even stug blijft kennismaken met het schrikdraad tussen zichzelf en een lekker hapje in. Maar het allerliefst praat hij vermoedelijk over varkens. Met als troefkaart de Pigaerator, het Salatinisme voor de geniale low-energy versie van de potstal.

salatin stable

’s Winters moeten zijn runderen op stal, en daarvoor heeft hij wederom van eigen hout simpele, degelijke bouwsels opgetrokken. Hoge staanders onder een ruim dak, met beschutting tegen de wind – want hoezo hebben koeien een 5-sterren hotel nodig? Op de vloer om te beginnen een flink pakket gehakseld hout, de ‘luier’ waarop het rundvee alles al die tijd lekker kan laten lopen. Dat pakket topt hij regelmatig op met nieuwe houtsnippers, en soms wat hooi, maar nooit zonder eerst wat mais uit te strooien. Een paar maanden later: koeien eruit, Pigaerator erin. Waar normaal zwaar, fossiel aangedreven materiaal nodig is om de aangestampte derrie te keren en te beluchten zodat het helemaal kan verteren, graaft zich in Swoope, Virginia, een groep jongvolwassen varkens extatisch in de gefermenteerde gourmet-massa in. Want voor die mais gaan ze diep, heel diep. Geen plek blijft onbesnuffeld en de onderste steen komt er voor boven. De rijke compost die het product van deze bewerking is, gaat uiteraard het land op. Organische stof geldt hier als het ware goud, waarvan niets verloren gaat. De varkens zelf verhuizen vroeg of laat naar percelen bos, waar ze, permanent voorzien van schoon water en met een buffet van zelf te kiezen types krachtvoer, achter een stevig schrikdraadje volledig hun gang mogen gaan. Met een zo gevarieerd dieet, ruimte, buitenlucht en de tijd van leven genieten ze een uitermate vrolijk varkensleven, voordat ze als vleespakketten van de bovenste plank direct bij de klant belanden. En zelfs de klanten van die ene Mexicaanse fastfood-keten waar Polyface varkensvlees aan levert, proeven het verschil. Waar het aandeel varkensvlees elders in taco-land op de derde plaats staat, na dat van rund en kip, staat het daar bovenaan.

pigaerator

Het verhaal van Polyface Farm is hiermee allerminst volledig; zo gaat het niet alleen om dieren en hebben bijvoorbeeld ook groentes hun plek. Bovendien blijft het geheel gestaag evolueren. En o ja, van die kale rotsen is niets meer te vinden, want het Polyface regime is een staaltje haute cuisine voor het daadwerkelijk opbouwen van levende bodem, millimeter na millimeter. Bodem als netto pro-duct, zo’n beetje. Maar vooral de bankrekening, het kapitaal onder het rendement. Je moet het allemaal wel willen snappen: de luikjes moeten ervoor open. Waar ik zelf in die zaal op dat landgoed zo vrolijk van werd, is dat het potentieel van integraal ontwerp dat ik destijds in de permacultuur herkende, hier ruimschoots wordt waargemaakt. Dit is agro-ecologie van de bovenste plank, dit is hoog-efficiënte polycultuur, dit is totaallandbouw. Laten we zo snel mogelijk ophouden met alle smoesjes, nog effe los van alle criminaliteit die wordt gepleegd onder de noemer ‘wij voeden de wereld’. Doorgaan op dezelfde route is allang geen optie meer, en is vele, vele malen duurder dan nu investeren in onderzoek, demonstratie, scholing en training in dit type door en door organische, diep ecologische en integrale win-win-winformule. Van die bloedsomloop gaan we nog enorm opkijken.

Op ons dooie akkertje

De verleiding is groot om m’n blog te openen met een grote filosofische uitspraak, of liever nog met een hele serie – wanneer ik niet zou kunnen kiezen. Maar een podium voor diepzinnig-intellectuele gymnastiek hoeft dit niet te worden; liever een plek waar een aantal heuse grondslagen herkenbaar blijven in de ruis. Grondslagen die we collectief zo pijnlijk diepgaand voor lief zijn gaan nemen, dat we ze in verbijstering opnieuw aan het ontdekken zijn.

En dat is werkelijk geen dag te vroeg. Want dit gaat over de grond onder onze voeten, en vooral over dat flinterdunne opperhuidje van de Aarde dat we bodem noemen. Dat ons als bewoners van het vaste land ‘t leeuwendeel van ons voedsel zou kunnen geven – met hoevelen we ook zijn. Welnu, die bodem is zwaar ziek, en op verschillende manieren uitgeput. Door jarenlange mishandeling. Niet zozeer uit kwaaie wil maar, zoals schade en schande ons inmiddels doen beseffen, uit volharding in stompzinnigheid. Stomp-zinnig: niet in staat, of bereid, om signalen op te vangen, te zien, te horen, te lezen. Olie-dom: vereenzelvigd met het waanidee dat de fossiele bronnen eeuwig blijven spuiten, stromen en schuiven, en voor 9 miljard mensen vast nog wel blikjes en pakjes astronautenvoer zouden kunnen opleveren.

Regio Zutphen vanuit de trein, 17 mei 2012. Slootkanten, bermen, bosjes - alles is uitbundig groen. Behalve de akkers. We doen iets heel erg fout.

Regio Zutphen vanuit de trein, 17 mei 2012. Slootkanten, bermen, bosjes – alles is uitbundig groen. Behalve de akkers. We doen iets heel erg fout.

Wat aansporing om de bodem te herontdekken als levend organisme; zinniger kan ik dit niet maken. ‘Wilde’ bodem is een onwaarschijnlijk feest van duizenden en duizenden levensvormen die op nog veel meer manieren functionele relaties met elkaar onderhouden, en hun danspasjes op ieder moment in andere combinaties zetten. Net zoals in een natuurlijk bos, bijvoorbeeld: het geheel blijft bestaan omdat alles erin samenhangt. Een natuurlijk bos is samenhang. Bodem: zelfde liedje. Als we dat geheel uit elkaar gaan lopen pluizen, eenzijdig gaan voeren, de verkeerde dingen gaan voeren, vergiftigen, platrijden, en met elke ploeggang overhoop halen – ja, dan is dat dansje niet vol te houden, hoe graag alle poppetjes in die hossende menigte dat ook zouden willen.

Is het leven van zichzelf ‘complex’? Nee natuurlijk niet. Het leven leeft gewoon. Het wordt pas ‘complex’ wanneer wij het op onze mentale snijtafel leggen, en tot object van ons denkwerk maken. En dat doen we zodra we er iets mee te schaften willen hebben – best logisch, als het om voedsel gaat. En verdomd, dan zitten we al gauw met een buitengemeen complex verhaal – vanwege al die verschillende levensvormen, en dan nog eens al die relaties daartussen. Hartstikke lastig. We maken het liever iets minder complex. En dat is aardig aan het lukken.

Grofweg zijn er op land twee hoofdcategorieën van natuurlijke ecosystemen: grasland en bos. Onder beide bouwt zich bodem op. Een deel van de koolstof die door planten uit de lucht wordt vastgelegd, komt na hun sterven duurzaam in de bodem terecht, als deel van dat enorme, organische, grillige moleculaire complex dat humus heet. En humus is de bankrekening van de bodem. Zelf niet in water oplosbaar, biedt het houvast aan voedingsstoffen – mineralen – die anders gemakkelijk zouden uitspoelen en via ondergronds water buiten bereik zouden raken, op weg naar de oceaan. Nu blijven ze op deze langlopende rekening staan, totdat een plant ze daarvan opneemt. Verder heeft een levende, humeuze bodem typisch een korrelige structuur. Daarin is ruimte voor water en lucht – levensvoorwaarden voor alle grotere, maar ook microscopisch kleine organismen. Zo is ‘lucht in de bodem’ dan ook een kwestie van grotere, maar ook microscopisch kleine gangetjes – niet iets om de trekker bij te halen en die kluiten eens lekker mee te keren. Net zo is ‘water in de bodem’ vooral een kwestie van vocht, dat wederom in microscopisch kleine holtes aan bodemdeeltjes plakt, en daar gemengd met mineralen opneembaar is voor plantenwortels. En dan is het nog zo dat humus, en het diverse, dansende bodemleven dat daar bijhoort, de basis vormt voor gezonde, resistente planten, en dus veerkrachtige ecosystemen.

Veel complexer dan dit hoeven we het niet te maken. Er speelt zich nog onvoorstelbaar veel af dat we niet weten, maar in grote lijnen zit het bodemverhaal zo in elkaar. Een rijkdom die we zo voor lief zijn gaan nemen dat deze als referentiekader praktisch volledig uit beeld verdwenen is. Niet zo best, want ziet: door de ‘complexe’ werkelijkheid systematisch te versnipperen en blind voor het geheel maar wat aan te modderen met onderdelen – zoals het recente alarm over regenwormen, en de eerdere ‘oplossing’ voor zure regen door mestinjectie – bevinden we ons vroeg of laat precies in het scenario waarvoor al die tijd als uitgangspunt al gold: de bodem is een dooie boel, die slechts met allerhande kostbare industriële inputs en vormen van geweld zover te krijgen is dat hij iets eetbaars voor ons ophoest.

Het is griezelig om te lezen hoe de prille agro-industrie destijds is aangejaagd vanuit een mindset die op ‘oorlog’ stond. Twee factoren springen er voor mij uit: de internationaal erkende urgentie om monden te kunnen blijven voeden, en – grimmiger – het technologische succes van de oorlogsindustrie om stikstof uit de lucht vast te leggen – voor explosieven, maar hoera, ook voor kunstmestkorrels. Details van hoe in industrie, onderzoek en beleid binnen één generatie tijd een steeds verder vernauwd bewustzijn de boventoon ging voeren, zijn ruimschoots te vinden in Down to Earth, het proefschrift van Jozef Visser uit 2010. Daarin maakt hij pijnlijk zichtbaar hoe alle besef van samenhang tussen bodem, bodemleven en planten verloren ging, zodat slechts de fragmenten daaruit het decor gingen vormen.

Was het vooroorlogse landbouwkundig onderzoek in de VS een kwestie van nauwe samenwerking met boeren, en richtte zich dat op de uiteenlopende interacties tussen bodem, voedingssstoffen en plantenwortels, na de oorlog was daar niets van over. De verschillende organische stikstofverbindingen in de bodem die als plantenvoeding dienden, werden irrelevant toen kant-en-klare nitraten en ammonium van industriële makelij hetzelfde klusje leken te kunnen klaren. Net zo werd in Europa het onderzoek van vooral het Institut Pasteur naar mycorrhizae weggevaagd, zodat de fascinerende symbiose tussen bodemschimmels en plantenwortels een enorme blinde vlek gebleven is. Sindsdien is de wetenschappelijke kennis van de bodem geen gerecht, maar een pan met een handjevol ingrediënten. Geen muziek, alleen wat losgezongen tonen. Nu mag ik zelf graag uithalen naar ‘Big Ag’, want daarmee is wel zo gigantisch veel mis, maar in menselijke termen is het ook onthullend dat de motieven achter die hele ‘groene revolutie’ in ons werelddeel zo uit oorlogsnood geboren zijn. En veelzeggend dat de hele constellatie zo op de korte termijn is ingericht: het ging om overleven. Bijster veel zijn we intussen dus niet opgeschoten. Want overleven, gaan we dat nou nog doen, of juist niet?

Jawel, het belang van bodemleven begint een heel klein beetje rond te zingen. Jawel, mycorrhizae lijken opnieuw ontdekt te gaan worden. En jawel, de resultaten van een rijstteeltsysteem als SRI (System of Rice Intensification) verbijsteren het bodemkundige establishment, omdat er zonder kunstmest veel meer muziek in de bodem blijkt te zitten dan het gangbare programma kan omvatten. Maar we zitten wel met de brokken. Met problemen die we niet langer kunnen ontkennen. En de stijgende nood lijkt een verdere versmalling van dezelfde mindset te rechtvaardigen – zo komen we bij GMO. Maar dit moet dus onmiddellijk stoppen. In vredesnaam. Wie oorlog voert tegen de bodem, tegen het leven, kan alleen maar verliezen. Het werkelijke referentiekader is ondergeploegd; dus opgraven die handel, en onderweg die overgebleven schimmeldraden, pantoffeldiertjes, springstaartjes en regenwormen hartgrondig beloven dat het allemaal weer beter gaat worden, dat we de tekenen aan de wand hebben gelezen, dat wij er alles aan zullen doen om hen hun levensruimte terug te geven, omdat we zijn gaan beseffen dat wij niet zonder hen kunnen. En dat zij hun ding weer mogen gaan doen, zoals alleen zij dat kunnen. Beter voor ons allemaal.

Zie ook: eerder artikel over bonen en bodem, opnieuw actueel in kader van de Peulen Parade van Urgenda in 2013