2015 is het internationale Jaar van de Bodem. Heel 2015 lang ga ik dan ook met heel veel anderen extra veel tamtam maken over het leven van de bodem onder onze voeten. De impuls om de bodem op deze gewichtige manier op de wereldkaart te zetten komt uit de landbouwhoek, en dat is natuurlijk geen toeval. Ons voedsel! We voetballen op de bodem, leggen er kabels in en pompen er water uit op, maar voorzover we de oceanen niet al aan het leegvissen zijn, zullen wij als mensheid het gros van ons voedsel toch moeten-zien-te-blijven-halen uit dat flinterdunne levende opperhuidje op – delen van – het vasteland. En de vooruitzichten dat ons dat gaat lukken zijn momenteel en zachtgezegd maar zozo. Vandaar de bodem een jaar lang in het zonnetje.

DSC_0212

Daarbij nemen we opvallend vlot voor lief dat het welzijn van die bodem vooral onszelf ten dienste staat. Tja. Wie de thematiek van de agro-bodem induikt, zeker op mondiale schaal, komt tot een eenvoudig doch pijnlijk besef over ons eigen voortbestaan: het is erop of eronder. Óf we leren alsnog hoe het wèl moet en weten bovenop de bodem onszelf tenminste in leven te houden; hoe gunstig dat zou uitpakken voor al het andere leven is voorlopig een vraag. Óf we graven efficiënt door aan ons aardse graf en rollen daar op afzienbare termijn verbijsterd in. Hoeveel ander leven we daarin nog met ons mee zouden sleuren, willen we al helemaal niet weten.

Maar vooruit.

We zullen toch iets moeten met onszelf. Nu heb ik in de loop der jaren op verschillende plekken op de aardbol mensen dingen met de bodem zien doen waaruit duidelijk sprak: zo moeilijk is het niet. En misschien heb ik daarom wel te lang gewacht met drammen en stampvoeten, waar ik inmiddels aan toe ben. Eerst was het nog een poos schrikken, slikken en schakelen, maar inmiddels heb ik wat meer beeld van hoe we er voorstaan. Uiteraard kijk ik er niet van op dat de bodem voor de gewone burger en consument vrijwel onbekend terrein is. Blijkbaar zozeer dat we hem ‘potgrond’ kunnen verkopen waarvoor we elders kwetsbare veengebieden ruïneren, en wijsmaken dat onder onze voeten een oneindige bron aan donkerbruine rulle ‘tuinaarde’ begint.

welkoop tuinaarde

Pas vorig jaar ging ik echter beseffen dat de wezenlijke kennis over het functioneren van de levende bodem ook onder professionals min of meer is weggeërodeerd. Dat het bodemverhaal waarin zij leven zelf een product is van het agro-industriële tijdperk. Een ouderwets verhaal van een gepensioneerde bodemprof op een overigens eigentijds podium was een teken, net als de vraag die diverse boeren nota bene aan mij kwamen stellen naar wat er nou zo bijzonder is aan organische stof. Alsof het just another mineral zou zijn. Gelukkig maakte ik in m’n introductiecursus ook mee hoe het een jonge boer begon te dagen: “Op de lagere school leren we van alles over kringlopen in de natuur, maar waarom gaat het dan op de agrarische opleiding alleen nog maar over kunstmest?”

Daarmee gaat het bodemvraagstuk dus niet om ’n beetje meer zus of ’n tikkie minder zo. Het gaat om referentiekaders. Da’s best lastig. Op papier zit ’t wel snor. ‘Een vruchtbare bodem is de basis van de landbouw’. Menig artikel of betoog begint ermee. In gedachten zie ik daarbij allemaal hoofden knikken; natuurlijk is dat zo. Er spreekt ook trots uit. En toch, voordat je het weet gaat het alleen nog maar over normen, gehaltes en doseringen van stofjes uit potjes. Vruchtbaarheid vernauwd tot bemesting, en niet zelden verder vernauwd tot kunstmestinputs. Maar moet de basis van de landbouw dan zo vanzelfsprekend een merknaam dragen, veel fossiele energie kosten en het bodemleven smoren? En zou duurzaam bodembeheer niet wat meer moeten betekenen dan damage control en de koek dan maar wat minder snel opeten? ‘Rekening houden met het milieu’. Is dat nou de verantwoorde keuze? In elk geval is het wel de enige zolang we blijven geloven dat ons huidige referentiekader de werkelijkheid is, en niet slechts een plattegrond daarvan: een kaart die ons inmiddels zo vertrouwd is dat we hem beter kennen dan het gebied waarin we onze weg aan het zoeken zijn.

Een nieuw bodemverhaal

Er wordt echter ook druk gewerkt aan een nieuwe plattegrond – een nieuwe bodemkaart. Behalve herkenbare trekken van hetzelfde gebied staan er nieuwe plaatsnamen, wegen en waterlopen ingetekend, en vinden we in de legenda nieuwe symbolen. De hoofdkleur is die van organische stof: het beginsel voor een gezonde bodem. En wat opvalt is dat de kleur van humus allerlei plekken met elkaar verbindt die geïsoleerd waren geraakt. Ik geneer me bijna om met die riedel te komen, maar na 2015 hoef ik dat misschien met minder drammen en stampvoeten te doen. Organische stof houdt mineralen vast èn beschikbaar voor planten, laat de bodem vocht opnemen èn vasthouden, en voedt èn verrijkt het bodemleven – dat op zijn beurt plantenwortels helpt functioneren, gangen maakt die de bodem laat ademen, voedingsstoffen verdeelt en ziekteverwekkers tijdig aanpakt. The works. Organische stof is ook niet zozeer iets dat ergens verkrijgbaar is – je moet het vooral ter plekke koesteren, stimuleren en zelfs produceren. Dat mag voor sommigen geweldig abstract, en ook onnozel klinken; softe boel, alsof het niet met ware productie te maken zou hebben. Maar dat is het oude bodemverhaal. Het nieuwe lonkt. En kan in de praktijk voor ‘aardige’ verrassingen zorgen.

De bodem maximaal bedekt houden. Niet ploegen. Of veel minder, en minder diep ploegen. Minder zware machines op het land. Vlinderbloemigen in weiland en bouwplan. Bespaart stikstofbemesting. Compost maken en gericht toepassen. Koolstrofrijk materiaal de bodem in. Mogelijk van eigen bodem. Zoals stromest. Geen onverteerde drijfmest. Leren de bodem te observeren. Meer diversiteit, overal. Ruim baan voor alle bodemleven. Maakt aanwezig fosfaat beschikbaar. En plant en dier ziektebestendig. Gerichte begrazing voor netto bodemopbouw. Meer humus in de bodem. Is minder CO2 in de atmosfeer. Is minder druk op het klimaat. Van die dingen. 

HetBodemvoedselweb250

Voor diegenen die ik met het nieuwe bodemverhaal heb zien werken, zijn deze grondslagen inmiddels gesneden koek. Ze zijn er wel allemaal via hun eigen route gekomen. En blijven onderweg; altijd weer iets nieuws te leren. Want ja, alles wat groeit en bloeit en ons altijd weer boeit… Sommigen zijn in de laatste paar jaar begonnen, anderen al tientallen jaren terug, en een enkeling heeft het nooit anders gedaan. Wonderlijk hoe die twee werkelijkheden zo naast elkaar bestaan. Nog een poosje tenminste. Want het oude verhaal is aan het slijten, terwijl het nieuwe is gaan klinken. Dat begint stilletjes ook zichtbaar te worden buiten de marge, waarheen de pioniers lange tijd weggewuifd waren. En het is nog steeds boeiend hoeveel Vlaamse info google ophoest via termen als organische stof, humus en compostering, juist ook van officiële kant, maar Nederland lijkt in te gaan lopen op het ‘organisch bewustzijn’ in Vlaanderen. Erop of eronder; het dringt tot ons door dat wij ons leven óp de bodem mede danken aan het leven ín de bodem, microscopisch belichaamd door het bodemvoedselweb. Blijkbaar kunnen we er niet meer omheen. Het mooie is dan ook dat je er linksom of rechtsom en zelfs achteruit wel kunt komen, zozeer zijn veel van de huidige bodemsores met elkaar verbonden. De stap naar de mindset voor dit nieuwe verhaal kan ik voor een ander niet zetten. Die begint ermee dat je jezelf nieuwsgierig laat zijn. Maar tamtam zal ik dit jaar wel lekker blijven maken. Op verschillende manieren, op eigen initiatief en op uitnodiging van anderen.

Hartgrondige voornemens

Mij lijkt het een aardig voornemen voor het Jaar van de Bodem. Om ons met ons allen werkelijk te gaan verdiepen in de bodem onder onze voeten. We eten er tenslotte allemaal van, elke dag weer. Ik ben er misschien al wat langer mee bezig, maar dit jaar is van iedereen. Dus doe mee! Dit zijn dingen die ik doe:

Met Joris van der Kamp heb ik een film gemaakt: Bodemboerentitel bodemboeren X

We zijn er hartstikke blij mee. En heel trots op de boeren. De film gaat in première op de BioBeurs: woensdag 21 januari in Zwolle. Daarna komen we hem graag overal laten zien. Wanneer komen we bij u? Mail ons op bodemboeren at xs4all.nl

5 boeren

Ik ben actief in de werkgroep Jaar van de Bodem; iedereen met ‘grondige’ initiatieven en activiteiten in 2015 kan die op de website laten plaatsen.

De campagne ‘Help Humus’ heeft mijn steun, als lid van alweer zo’n groep bevlogen onderoppers, die tout le monde – consument, boer en organisatie – van harte aanmoedigt om online te tekenen voor aandacht voor de levende bodem. U, ja, ook u kunt er bovendien de wereld laten weten wat u doet, of gaat doen, om meer humus de bodem in te krijgen.

Cursussen en workshops over bodem en compostering: die geef ik graag. En over manieren om er de bloedsomloop van je tuin of terrein van te maken. Aan onbezoldigde liefhebbers en ook aan liefhebbende professionals. Zoals laatst voor een groep tuinlui en educatief medewerkers van de Amsterdamse schoontuinen. Een dag, een halve dag, een weekend, alles op maat. De mensen worden er blij van. Ik ook. Een seintje naar vollegrond at xs4all.nl en we hebben het erover.

Extra tamtam

Eind 2014 was ik voor de tweede keer op Fordhall Farm, in Engeland. De eerste keer was 20 jaar terug, en daarbij ontmoette ik boer Arthur Hollins, springlevend. Ik heb iets over hem geschreven in mijn boek Tuinen van Overvloed en er staat een foto van hem op pagina 138. Een paar jaar terug is hij overleden, en dit keer was ik te gast bij zijn dochter en zoon, die de boerderij nu runnen, samen met maar liefst 8.000 mede-eigenaren. Arthur was een paradijsvogel en een eigenzinnige bodem-pionier van jewelste. Zijn levensverhaal is ronduit fascinerend en, zoals je dat in ’t Engels zo mooi zegt: bepaald humbling. Met zijn werk wordt hij kort belicht in de eye-opening BBC-docu Farm for the Future (vanaf 20.45 min). Maar lees vooral zijn boek The Farmer, the Plough and the Devil.

Een hartgrondig 2015 gewenst.

JVDBhumusje MLOGO_IYS_en_Print_square